ECLI:NL:HR:2011:BP8968
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over intracommunautaire levering bij opeenvolgende leveringen van goederen
De zaak betreft een geschil over de toepassing van het nultarief voor intracommunautaire leveringen bij twee opeenvolgende leveringen van hetzelfde goed tussen verschillende belastingplichtigen, waarbij slechts één intracommunautair vervoer plaatsvindt.
De Hoge Raad verwijst naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 16 december 2010 (Euro Tyre Holding BV, C-430/09) dat bepaalt dat het intracommunautaire vervoer moet worden toegerekend aan de levering waarbij aan alle voorwaarden voor een intracommunautaire levering is voldaan. Dit wordt bepaald op basis van een globale beoordeling van alle omstandigheden.
In deze zaak stond vast dat het vervoer van de goederen eindigde in een andere lidstaat dan Nederland, dat de afnemers zich kenbaar hadden gemaakt met hun btw-identificatienummer in die lidstaat, en dat belanghebbende pas na vertrek van de goederen uit Nederland op de hoogte werd gesteld van een doorverkoop. De Hoge Raad oordeelt dat belanghebbende de leveringen aan deze afnemers terecht als intracommunautaire leveringen mocht beschouwen en het nultarief mocht toepassen.
De uitspraak van het hof wordt vernietigd en de naheffingsaanslagen worden afgewezen. De Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld in de proceskosten en de Staat moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en bevestigt dat belanghebbende het nultarief voor intracommunautaire leveringen terecht mocht toepassen.