ECLI:NL:HR:2011:BP9991
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Vordering schadevergoeding wegens discriminatie en bewijsaanbod in hoger beroep
De zaak betreft een vordering van eiser, voormalig werknemer, tegen zijn werkgever GTI Installatietechniek B.V. wegens schade als gevolg van vermeende discriminatie tijdens de arbeidsovereenkomst. Eiser baseert zijn vordering op de artikelen 7:611 en 7:658 BW en stelt dat GTI zich niet als goed werkgever heeft gedragen.
In eerste aanleg en hoger beroep werd het bewijs van stelselmatige discriminatie onvoldoende geacht. Het hof wees het bewijsaanbod in hoger beroep af omdat het onvoldoende concreet zou zijn, met name vanwege het ontbreken van specificaties over plaats, tijd en betrokkenen bij de incidenten. De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof te hoge eisen heeft gesteld aan het bewijsaanbod en dat uit de schriftelijke verklaringen van getuigen wel degelijk blijkt waarover zij kunnen verklaren, inclusief namen en tijdsbestek.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling. Tevens wordt GTI veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak benadrukt dat het hoger beroep ook kan dienen om eigen fouten te herstellen en aanvullend bewijs te leveren, en dat van appellant niet mag worden verlangd dat hij een rechtvaardiging geeft voor eerdere verzuimen bij bewijslevering.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.