ECLI:NL:HR:2011:BP9994
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid wedstrijdleiders voor schade bij kartwedstrijd ondanks vrijwaringsclausule
In deze zaak stond de vraag centraal of de wedstrijdleiders, [eiser 1] en [eiser 2], aansprakelijk zijn voor de schade die [verweerder] opliep bij een kartongeval tijdens een Nederlands kampioenschap op 25 mei 1997 te Lelystad. Het hof had hen hoofdelijk aansprakelijk gesteld en veroordeeld tot schadevergoeding, ondanks dat zij zich beroepen op een vrijwaringsclausule die aansprakelijkheid uitsluit.
De vrijwaringsclausule, ondertekend door [verweerder], stelde dat de deelnemer de risico's van deelname aan de races uitdrukkelijk voor eigen rekening neemt en dat de KNAF en haar functionarissen geen aansprakelijkheid aanvaarden, tenzij sprake is van opzet of grove schuld. Het hof oordeelde dat het beroep op deze clausule naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was, mede omdat de wedstrijdleiders ernstige verwijtbaarheid trof door het niet naleven van veiligheidsvoorschriften en het organiseren van de wedstrijd op een niet-goedgekeurd circuit.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van [eiser 1] en [eiser 2]. Het hof had het debat over het beroep op de vrijwaringsclausule heropend en alle relevante omstandigheden betrokken, waaronder de aard van de sport, de rol van de vrijwilligers, en de bewustheid van de deelnemer van de risico's. De Hoge Raad bevestigde dat het hof zijn taak als rechter niet had miskend en dat het oordeel over de onaanvaardbaarheid van het beroep op de vrijwaringsclausule juist was.
De uitspraak benadrukt de verantwoordelijkheid van wedstrijdleiders voor de veiligheid bij gevaarlijke sporten en beperkt de werking van vrijwaringsclausules die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de hoofdelijke aansprakelijkheid van de wedstrijdleiders ondanks de vrijwaringsclausule en wijst het cassatieberoep af.