ECLI:NL:HR:2011:BQ1173
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake omgangsregeling vader met erkend kind
In deze zaak staat een geschil centraal over de omgangsregeling tussen een vader en zijn door hem erkend kind. De vader, woonachtig te een woonplaats, heeft tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem beroep in cassatie ingesteld. De moeder, van wie de verblijfplaats onbekend is, heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere beslissingen van de kinderrechter van de rechtbank Arnhem en het gerechtshof Arnhem, waarop het cassatieberoep is gebaseerd. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep met toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom wordt het cassatieberoep verworpen. De beschikking is gegeven door de raadsheren Bakels, Asser en Drion en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 8 juli 2011.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen.