ECLI:NL:HR:2011:BQ1214
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt wettelijke grondslag voor naheffing brandstoffen- en energiebelasting bij teruggaaf gasolie voor binnenschepen
Belanghebbende, een onderneming die gasolie als scheepsbrandstof voor binnenschepen leverde, had over de periode 2002-2004 naheffingsaanslagen ontvangen voor brandstoffenbelasting en (regulerende) energiebelasting. Deze aanslagen volgden op een onderzoek waarbij valse inkoopfacturen werden aangetroffen, waardoor de teruggaaf van belasting ten onrechte was verleend.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslagen ongegrond. Belanghebbende stelde in cassatie dat de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm) geen teruggaafregeling bevat voor gasolie als scheepsbrandstof voor binnenschepen, waardoor de naheffing onrechtmatig zou zijn.
De Hoge Raad oordeelde dat de bepalingen van de Wbm verwijzen naar de accijnswetgeving, inclusief de vrijstellingen en teruggaafregelingen daarvan. Hierdoor is er wel degelijk een wettelijke grondslag voor de teruggaaf van brandstoffenbelasting en energiebelasting, ook voor gasolie als scheepsbrandstof. Het beroep in cassatie werd daarom ongegrond verklaard.
De Hoge Raad wees tevens op het ontbreken van gronden voor een veroordeling in proceskosten en bevestigde daarmee het oordeel van de lagere rechter.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen worden bevestigd.