ECLI:NL:HR:2011:BQ1969
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. Het beroep richtte zich op de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, met name doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden.
De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn inderdaad was overschreden, mede omdat het arrest werd gewezen meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden naar elf maanden en twee weken, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De overige onderdelen van het beroep werden verworpen, en de Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur. De uitspraak werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 31 mei 2011.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot elf maanden en twee weken, waarvan vier maanden voorwaardelijk.