ECLI:NL:PHR:2011:BQ1969
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Overschrijding redelijke termijn bij cassatie in strafzaak ontucht en diefstal
De verdachte is door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor ontuchtige handelingen met een minderjarige, opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en diefstal met verbreking. De straf bedroeg twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast is een schadevergoedingsmaatregel van €1500,- opgelegd.
Het cassatieberoep richt zich op de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Het beroep is ingesteld op 18 mei 2009, maar de stukken zijn pas op 17 maart 2010 ontvangen, waardoor de inzendtermijn van acht maanden is overschreden.
De Procureur-Generaal stelt voor de straf te verminderen als compensatie voor deze termijnoverschrijding, waarbij wordt aangesloten bij eerdere jurisprudentie. De Hoge Raad ziet geen andere gronden voor vernietiging van het arrest en beperkt de strafvermindering tot de helft van het gebruikelijke percentage. Voor het overige wordt het beroep verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de opgelegde straf vanwege overschrijding van de redelijke termijn en verwerpt het beroep voor het overige.