ECLI:NL:HR:2011:BQ2302
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt parlementaire immuniteit voor uitlatingen tijdens Statenvergadering Aruba
In deze zaak stond de parlementaire immuniteit centraal zoals vastgelegd in artikel III.20 van de Staatsregeling van Aruba. De kwestie betrof uitlatingen van een minister in de Statenvergadering waarbij hij een Statenlid herhaaldelijk voor pedofiel uitschold. Het Statenlid vorderde rectificatie en vervolging wegens smaad, maar de minister beriep zich op parlementaire immuniteit.
De feiten omvatten onder meer dat de minister in verschillende media en tijdens de vergadering beschuldigingen uitte zonder feitelijke basis, waarop het Statenlid een rectificatie eiste. De lagere rechter veroordeelde de minister tot rectificatie, maar het hof wees dit af, stellende dat het beroep op immuniteit niet in strijd was met het recht op toegang tot de rechter (art. 6 EVRM Pro).
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat parlementaire immuniteit een beperking vormt van het recht op toegang tot de rechter, maar een legitiem doel dient: het beschermen van vrije meningsuiting binnen het parlement en het handhaven van de scheiding der machten. De immuniteit is niet beperkt tot uitingen die verband houden met het onderwerp van de vergadering. Hierdoor kan de rechter niet oordelen over de civielrechtelijke toelaatbaarheid van uitlatingen gedaan in het parlement.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde het Statenlid in de kosten. Dit arrest bevestigt de ruime reikwijdte van parlementaire immuniteit in Aruba en benadrukt het belang van bescherming van parlementaire debatten tegen rechterlijke toetsing.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat parlementaire immuniteit ook geldt voor beledigende uitlatingen tijdens Statenvergaderingen en wijst het cassatieberoep af.