ECLI:NL:HR:2011:BQ2797
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verlenen voorlopige machtiging op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
Betrokkene, verblijvend in een psychiatrisch ziekenhuis, heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Maastricht van 30 december 2010 waarin een voorlopige machtiging werd verleend op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz).
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend, terwijl de advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Betrokkene heeft hierop gereageerd met een brief.
De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van de rechtbank.