ECLI:NL:HR:2011:BQ3115
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie bij verkrachting en wederrechtelijke vrijheidsberoving
De zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor verkrachting en wederrechtelijke vrijheidsberoving van een 14-jarig meisje uit Tweede Exloermond. De Hoge Raad beoordeelde het beroep tegen het arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 23 juli 2009.
De verdachte was ten tijde van de aanzegging gedetineerd. Zijn advocaat stelde middelen van cassatie voor, waarop de Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft de strafmaat, vermindering van de straf en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en stelde deze vast op elf jaar en zes maanden. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en de cassatiefase meer dan zestien maanden duurde. Dit leidde tot de strafvermindering.
De overige middelen van cassatie werden verworpen omdat zij geen rechtsvragen opriepen die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad besloot het arrest op 7 juni 2011 in aanwezigheid van de raadsheren en de waarnemend griffier.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot elf jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.