ECLI:NL:HR:2011:BQ3124
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken opzet bij verzoek om gift PDA als misplaatste grap
De verdachte, adjudant-onderofficier van de Koninklijke Luchtmacht, werd ten laste gelegd dat hij in Chili in de periode januari-februari 2007 als ambtenaar een gift, namelijk een Personal Digital Assistant (PDA), had gevraagd naar aanleiding van zijn werkzaamheden. Het hof sprak de verdachte vrij omdat het niet de overtuiging had dat sprake was van opzet op het tenlastegelegde, maar dat het verzoek een volstrekt misplaatste grap betrof.
De verdachte had een e-mail gestuurd waarin hij om een PDA vroeg als dank voor werkzaamheden van het OSS-team. Hoewel de ontvanger de e-mail niet als grap opvatte en dit ook aan de verdachte en diens meerdere liet weten, oordeelde het hof dat de verdachte geen opzet had om een gift te verkrijgen. Het hof vond dat het verzoek niet in strijd was met zijn plicht als ambtenaar en dat het verzoek slechts overlast had veroorzaakt.
Het Openbaar Ministerie stelde cassatie in tegen deze vrijspraak, stellende dat het hof de grondslag van de tenlastelegging had verlaten door een onjuiste uitleg van de wet. De Hoge Raad verwierp dit middel en oordeelde dat het hof niet van de tenlastelegging was afgeweken en dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk was, mede omdat het OM in hoger beroep geen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt had ingenomen over dit punt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak wegens ontbreken van opzet bij het vragen van een gift als misplaatste grap.