ECLI:NL:PHR:2011:BQ3124
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken opzet bij verzoek om geschenk als misplaatste grap
Verdachte werd ten laste gelegd dat hij als adjudant-onderofficier van de Koninklijke Luchtmacht in Chili PDA's had gevraagd als gift in verband met zijn ambtelijke werkzaamheden, wat strafbaar is onder art. 362, eerste lid onder 4°, Sr. Het hof sprak verdachte vrij omdat het niet overtuigd was van opzet, aangezien de e-mail waarin het verzoek werd gedaan als een misplaatste grap werd beoordeeld.
De Hoge Raad overwoog dat het vragen van een gift in art. 362 Sr Pro opzet impliceert, maar dat het niet volledig is uitgesloten dat een verzoek zonder opzet kan plaatsvinden. Het hof had geoordeeld dat verdachte de mail niet serieus bedoelde en dat er sprake was van een misplaatste grap, wat voldoende was voor vrijspraak. Dit oordeel was niet onbegrijpelijk en berustte op een juiste rechtsopvatting.
Het middel van het Openbaar Ministerie dat stelde dat het hof de grondslag van de tenlastelegging had verlaten en dat het opzet onterecht werd ontkend, faalde. De Hoge Raad bevestigde dat een vrijspraak van de feitenrechter geen nadere motivering behoeft, tenzij het OM een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt had ingenomen, wat hier niet het geval was.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de vrijspraak van verdachte wegens ontbreken van opzet bij het vragen van een gift, waarbij het verzoek als een misplaatste grap werd aangemerkt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak wegens ontbreken van opzet bij het vragen van een gift als misplaatste grap.