ECLI:NL:HR:2011:BQ3637
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Herstelarrest wegens nietigheid door ontbreken motivering vrijspraak opzet zwaar lichamelijk letsel
De zaak betreft een strafzaak tegen verdachte die op 17 april 2005 een noodseinmiddel afvuurde richting een groep supporters, waarbij een persoon ernstig letsel opliep. De verdachte werd door het hof vrijgesproken van het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, terwijl het Openbaar Ministerie een duidelijk onderbouwd standpunt inzake (voorwaardelijk) opzet had ingenomen.
De Hoge Raad constateerde dat door een administratieve vergissing de aanzegging aan het Openbaar Ministerie was achtergebleven, waardoor middelen van cassatie niet tijdig werden ingediend. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het hof in strijd met artikel 359, tweede lid, tweede volzin Sv niet in het bijzonder de redenen had gegeven voor de afwijking van het door het OM onderbouwde standpunt, hetgeen nietigheid tot gevolg heeft.
De Hoge Raad trok het eerdere arrest in, vernietigde het bestreden arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting. De zaak draait om de vraag of verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het noodseinmiddel iemand zou raken en ernstig letsel zou veroorzaken, waarbij de omstandigheden van de voetbalwedstrijd en de gedragingen van verdachte een belangrijke rol spelen.
De Hoge Raad benadrukte de noodzaak van een duidelijke motivering bij afwijking van het OM-standpunt en bevestigde de criteria voor het aannemen van voorwaardelijk opzet bij het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens nietigheid en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.