ECLI:NL:HR:2011:BQ3661
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over beklag inzake beslag en teruggave van KLM- en Schipholpas
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Haarlem over een klaagschrift gericht op de opheffing van beslag op een Schipholpas en een KLM-pas. De rechtbank verklaarde de klager niet-ontvankelijk voor het deel van het klaagschrift dat betrekking had op de KLM-pas, omdat zij aannam dat deze niet in beslag was genomen. De Hoge Raad stelt dat dit onjuist was, omdat de KLM-pas wel degelijk in beslag was genomen en inmiddels aan KLM was teruggegeven en vernietigd. Klager heeft echter geen belang meer bij het beklag omdat hij een vervangende pas heeft ontvangen.
Voor de Schipholpas oordeelde de rechtbank dat het belang van de strafvordering zich tegen teruggave verzet, omdat de pas vermoedelijk bij het strafbare feit is gebruikt en het onderzoek nog loopt. De Hoge Raad stelt dat het beklag juridisch gezien betrekking heeft op het voornemen van de officier van justitie om de pas aan een ander dan klager terug te geven. De rechtbank had moeten beoordelen of die ander als rechthebbende kon worden aangemerkt. Dit leidt evenwel niet tot cassatie omdat de pas inmiddels is vernietigd en klager geen belang meer heeft.
De Hoge Raad wijst erop dat het verzuim van de officier van justitie om artikel 116 Sv Pro toe te passen gevolgen heeft voor de teruggave, maar dat klager eventueel civielrechtelijke schadevergoeding kan vorderen. Het beroep in cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat klager geen belang meer heeft bij het beklag tegen het beslag op de passen.