ECLI:NL:HR:2011:BQ3761
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en tot vermindering van de straf.
De Hoge Raad oordeelt dat het beroep niet slaagt voor het eerste middel, maar wel gegrond is voor het tweede middel dat ziet op de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM. De stukken werden te laat door het hof ingezonden, en de uitspraak van de Hoge Raad volgt na meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep.
Als gevolg hiervan wordt de redelijke termijn overschreden, hetgeen leidt tot vermindering van de gevangenisstraf. De straf wordt verminderd tot negen maanden en drie weken, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot negen maanden en drie weken, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.