ECLI:NL:HR:2011:BQ3766
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie tegen arrest gerechtshof Amsterdam
De verdachte heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 3 november 2009. De raadsman van de verdachte heeft schriftelijk middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter en de raadsheren W.A.M. van Schendel en W.F. Groos, en uitgesproken op 14 juni 2011. Het beroep wordt verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen, arrest gerechtshof blijft in stand.