ECLI:NL:HR:2011:BQ4357
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
Op 28 juni 2011 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep behandeld van betrokkene tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 29 juli 2009. De zaak betrof een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. P. Scholte, stelde een middel van cassatie voor. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, aangezien het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Vervolgens wees de Hoge Raad het beroep af.
Het arrest werd gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren J. de Hullu en M.A. Loth, en uitgesproken op 28 juni 2011. Hiermee bleef het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.