ECLI:NL:HR:2011:BQ4672
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering bewijsmiddelen bij bewezenverklaring moord en poging moord
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd veroordeeld voor moord en poging moord gepleegd op 30 december 2006 te Rotterdam. De rechtbank had in haar vonnis volstaan met een summiere opgave van bewijsmiddelen, terwijl de raadsman van verdachte in hoger beroep vrijspraak had bepleit voor de tenlastegelegde feiten 1 en 2.
De Hoge Raad oordeelt dat op grond van artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering, een opgave van bewijsmiddelen niet volstaat indien door of namens verdachte vrijspraak is bepleit. Het hof had het vonnis van de rechtbank dan ook niet mogen bevestigen zonder een nadere motivering van de bewijsmiddelen met betrekking tot de bewezenverklaring van de feiten 1 en 2.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het betreft de bewezenverklaring van moord en poging moord en de strafoplegging, en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. De overige middelen worden verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 28 juni 2011.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor de bewezenverklaring en strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.