ECLI:NL:HR:2011:BQ6083

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01610
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 7:400 BWArt. 6:74 BW
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid adviseur voor naheffingen en fiscale boetes

In deze zaak stond de vraag centraal of een adviseur aansprakelijk kon worden gehouden voor naheffingen en fiscale boetes. Eiseres had beroep in cassatie ingesteld tegen eerdere arresten van het gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin haar vorderingen waren afgewezen. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten in de procedure en overweegt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie.

De Hoge Raad stelt dat de klachten geen aanleiding geven tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom wordt het cassatieberoep verworpen zonder nadere motivering. Hiermee bevestigt de Hoge Raad de eerdere uitspraken van lagere instanties.

De uitspraak betreft de toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de artikelen 7:400 en 6:74 van het Burgerlijk Wetboek, die betrekking hebben op de opdracht en aansprakelijkheid van adviseurs. De Hoge Raad veroordeelt eiseres in de kosten van het cassatiegeding, die nihil zijn vastgesteld aan de zijde van verweerster.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

9 september 2011
Eerste Kamer
10/01610
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
statutair gevestigd te [plaats], zaakdoende te [plaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
[Verweerster],
statutair gevestigd te [plaats ], zaakdoende te [plaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 131699/ HA ZA 00-34 van de rechtbank Rotterdam van 18 mei 2000, 18 juni 2003 en 4 augustus 2004;
b. de arresten in de zaak met rolnummer 0500065 en zaaknummer 105.002.614/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 7 februari 2008 en 8 december 2009.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen beide arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 9 september 2011.