ECLI:NL:PHR:2011:BQ6083
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid adviseur voor naheffingen en fiscale boetes wegens niet tijdig doen van suppletieaangiften
De zaak betreft een geschil tussen een adviesbureau en een vennootschap over de aansprakelijkheid voor naheffingen en boetes opgelegd door de Belastingdienst wegens het niet tijdig doen van suppletieaangiften omzetbelasting en loonbelasting.
De adviseur had in opdracht van de vennootschap en haar eenmanszaken advieswerkzaamheden verricht, waaronder het verzorgen van belastingaangiften. De Belastingdienst stelde echter vast dat suppletieaangiften niet waren gedaan, wat leidde tot naheffingen, boetes en heffingsrente. De vennootschap stelde de adviseur aansprakelijk voor de daardoor geleden schade.
De rechtbank wees de vordering van de vennootschap grotendeels af, maar het hof stelde de adviseur aansprakelijk voor de boetes die de fiscus had opgelegd. De adviseur stelde cassatie in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat het doen van suppletieaangiften tot de taak van de adviseur behoorde en dat het nalaten daarvan een tekortkoming opleverde. Het cassatieberoep werd verworpen omdat het hof voldoende had gemotiveerd en op de stellingen van partijen had gereageerd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de aansprakelijkheid van de adviseur voor de fiscale boetes.