ECLI:NL:HR:2011:BQ7059

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/05423
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van machtiging curator tot verkoop woning na vernietiging rechter-commissarisbeschikking

In deze zaak stond centraal of na de vernietiging van een beschikking van de rechter-commissaris, waarin de curator was gemachtigd tot de verkoop van de woning van de gefailleerde, het nog mogelijk is om in een nieuwe procedure alsnog een machtiging tot verkoop te verlenen.

De curator had een machtiging tot verkoop van de woning verkregen, maar deze beschikking werd later vernietigd. Vervolgens werd in een nieuwe procedure opnieuw een machtiging gevraagd. De verzoeker tot cassatie stelde zich op het standpunt dat dit niet mogelijk zou zijn nadat de eerdere beschikking kracht van gewijsde had gekregen.

De Hoge Raad oordeelde dat de in de middelen aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat het niet nodig is om de rechtsvragen nader te motiveren, omdat deze niet van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom verwerpt de Hoge Raad het beroep van verzoeker en bevestigt dat de curator in een nieuwe procedure alsnog gemachtigd kan worden tot verkoop van de woning, ondanks de eerdere vernietiging van een beschikking met kracht van gewijsde.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de curator kan in een nieuwe procedure gemachtigd worden tot verkoop van de woning.

Uitspraak

2 september 2011
Eerste Kamer
10/05423
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
Mr. F.J.H. SOMERS, in zijn hoedanigheid van curator,
kantoorhoudende te Alphen aan den Rijn,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en de curator.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking van de rechter-commissaris te 's-Gravenhage van 31 mei 2010;
b. de beschikkingen in de zaak 08/14 F van de rechtbank te 's-Gravenhage van 30 juli 2010 en 6 december 2010.
De beschikkingen van de rechtbank zijn aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank van 6 december 2010 heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van [verzoeker] heeft op 9 juni 2011 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 2 september 2011.