ECLI:NL:HR:2011:BQ7302

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00741
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatieberoep tegen beschikking van de rechtbank in faillissementszaak

In deze zaak heeft de Hoge Raad op 8 juli 2011 uitspraak gedaan in een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage in een faillissementszaak. De verzoeker, vertegenwoordigd door zijn advocaat mr. P. Garretsen, had beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank, waarin verzoeken van de gefailleerde waren afgewezen. De curator, mr. F.J.H. Somers, was in deze procedure de verweerder, maar verscheen niet ter zitting. De Hoge Raad verwijst naar eerdere beschikkingen van de rechter-commissaris en de rechtbank, die aan de huidige beschikking zijn gehecht. De Advocaat-Generaal J. Wuisman had geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, en de advocaat van de verzoeker had hierop gereageerd. Deze reactie werd echter te laat ingediend, waardoor de Hoge Raad deze terzijde legde. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten in de middelen niet tot cassatie konden leiden, en dat verdere motivering niet nodig was, aangezien de klachten geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde stelden. Uiteindelijk werd het cassatieberoep verworpen.

Uitspraak

8 juli 2011
Eerste Kamer
10/00741
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
mr. F.J.H. SOMERS, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [verzoeker],
kantoorhoudende te Alphen aan den Rijn,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en de curator.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak F 08/14 van de rechter-commissaris te 's-Gravenhage van 8 januari 2010;
b. de beschikking in de zaak 08/14 F van de rechtbank 's-Gravenhage van 15 februari 2010.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De curator heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 6 juni 2011 op die conclusie gereageerd. Nu deze reactie meer dan twee weken nadat de conclusie was genomen, en derhalve na het verstrijken van de termijn van art. 44 lid 3 Rv., bij de Hoge Raad is ingekomen, heeft de Hoge Raad deze brief terzijde gelegd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 juli 2011.