ECLI:NL:HR:2011:BQ7302

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00741
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 67 F.
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake afwijzing verzoeken gefailleerde door rechter-commissaris

In deze zaak heeft de gefailleerde, aangeduid als verzoeker, beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage die de verzoeken van de gefailleerde tot het doen van bepaalde handelingen door de rechter-commissaris op grond van artikel 67 Faillissementswet Pro afwees.

De rechter-commissaris had eerder op 8 januari 2010 een beschikking gegeven waarin de verzoeken van de gefailleerde werden afgewezen. De rechtbank bevestigde deze beslissing bij beschikking van 15 februari 2010. Tegen deze beschikking stelde de gefailleerde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De curator, als verweerder in cassatie, heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. Een reactie van de advocaat van de gefailleerde op dit advies werd door de Hoge Raad terzijde gelegd wegens overschrijding van de termijn.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de gefailleerde wordt verworpen.

Uitspraak

8 juli 2011
Eerste Kamer
10/00741
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
mr. F.J.H. SOMERS, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [verzoeker],
kantoorhoudende te Alphen aan den Rijn,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en de curator.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak F 08/14 van de rechter-commissaris te 's-Gravenhage van 8 januari 2010;
b. de beschikking in de zaak 08/14 F van de rechtbank 's-Gravenhage van 15 februari 2010.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De curator heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 6 juni 2011 op die conclusie gereageerd. Nu deze reactie meer dan twee weken nadat de conclusie was genomen, en derhalve na het verstrijken van de termijn van art. 44 lid 3 Rv Pro., bij de Hoge Raad is ingekomen, heeft de Hoge Raad deze brief terzijde gelegd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 juli 2011.