ECLI:NL:HR:2011:BQ7628
Hoge Raad
- Cassatie
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt boetebeschikking loonheffing wegens onvoldoende grove schuld
Belanghebbende, een onderneming opgericht in mei 2004, kreeg voor het tijdvak 2004 een naheffingsaanslag loonheffing opgelegd met een vergrijpboete wegens het niet tijdig betalen van loonheffing over augustus en september 2004. De Inspecteur had geen aangiftebiljet voor deze maanden verstrekt, ondanks verzoeken van belanghebbende. Na een boekenonderzoek werd de boete opgelegd.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de boetebeschikking. Het Hof vernietigde op zijn beurt de uitspraak van de Rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, maar verminderde de boete. De Hoge Raad werd in cassatie gevraagd over de vraag of sprake was van grove schuld.
De Hoge Raad oordeelde dat hoewel de Belastingdienst nalatig was in het tijdig verstrekken van het aangiftebiljet, dit niet automatisch betekent dat belanghebbende grove schuld kan worden verweten. De Hoge Raad vond onvoldoende grondslag voor een aan opzet grenzende nalatigheid en vernietigde het arrest van het Hof, bevestigde het vonnis van de Rechtbank en bepaalde dat de Staat de griffierechten vergoedt.
Deze uitspraak benadrukt dat een vergrijpboete alleen kan worden opgelegd bij voldoende bewijs van grove schuld of opzet, en dat nalatigheid van de Belastingdienst in het verstrekken van aangiftebiljetten een belangrijke factor is in de beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de boetebeschikking wegens onvoldoende bewijs van grove schuld van belanghebbende.