ECLI:NL:HR:2011:BQ7977
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vermindering taakstraf en vervangende hechtenis wegens overschrijding redelijke termijn cassatie
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de strafmaat, met name het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis, en tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf.
De Hoge Raad oordeelde dat het eerste middel niet tot cassatie kon leiden en dat het tweede middel gegrond was vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro. Gezien de opgelegde gevangenisstraf van 38 dagen werd geen strafvermindering daarop toegepast, maar wel op de taakstraf en de vervangende hechtenis.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend wat betreft het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis, waarbij de taakstraf werd verminderd tot 228 uren en de vervangende hechtenis tot 114 dagen. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken op 6 september 2011.
Uitkomst: Taakstraf verminderd tot 228 uren en vervangende hechtenis tot 114 dagen wegens overschrijding redelijke termijn, beroep verder verworpen.