ECLI:NL:HR:2011:BQ8085
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in onrechtmatige daad tegen belastingontvanger
In deze zaak vordert eiser cassatie tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin het hof de vordering van eiser tegen de Ontvanger der Rijksbelastingen wegens onrechtmatige daad heeft afgewezen. Eiser stelde dat de Ontvanger onrechtmatig had gehandeld door beslag te leggen op geld en dit niet terug te betalen.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten in de procedure en overweegt dat de in cassatie aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Daarbij wordt op grond van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering overwogen dat nadere motivering niet nodig is, omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
Het arrest van het hof wordt bevestigd, het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak is gedaan door de raadsheren onder voorzitterschap van A.M.J. van Buchem-Spapens en in het openbaar uitgesproken door E.J. Numann op 8 juli 2011.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten.