ECLI:NL:HR:2011:BQ8087

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/05513
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. II WLAArt. 6:248 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beding niet-wijziging alimentatie in echtscheidingsconvenant

In deze zaak stond een verzoek tot beëindiging of nihilstelling van een alimentatiebijdrage centraal, waarbij een beding van niet-wijziging in het echtscheidingsconvenant was overeengekomen. De man, verzoeker tot cassatie, stelde zich op het standpunt dat de alimentatiebijdrage aangepast moest worden. De vrouw was verweerster in cassatie en wilde het hofbesluit bekrachtigd zien.

De rechtbank Rotterdam en het gerechtshof te 's-Gravenhage hadden eerder over de zaak geoordeeld, waarbij het hof de beschikking van de rechtbank bekrachtigde. De Hoge Raad verwijst naar deze eerdere beslissingen en het verloop van het geding in feitelijke instanties.

In cassatie werden middelen aangevoerd die volgens de Hoge Raad niet tot cassatie konden leiden. De klachten waren niet van dien aard dat beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzakelijk was. Daarom werd het beroep verworpen en bleef het beding van niet-wijziging in stand, met toepassing van art. 81 RO Pro en relevante wetsartikelen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beding van niet-wijziging in het echtscheidingsconvenant blijft ongewijzigd.

Uitspraak

30 september 2011
Eerste Kamer
10/05513
DV/RA
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. G.R. den Dekker.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 305017/F van de rechtbank Rotterdam van 9 december 2008;
b. de beschikking in de zaak 200.027.112/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 22 september 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren W.A.M. van Schendel en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 30 september 2011.