ECLI:NL:PHR:2011:BQ8087
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-wijzigingsbeding en beëindiging partneralimentatie na echtscheiding
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtgenoten over de beëindiging van partneralimentatie. In het echtscheidingsconvenant uit 1993 was een beding opgenomen dat wijziging van alimentatie alleen mogelijk is in uitzonderlijke omstandigheden. De man verzocht de rechtbank en het hof om beëindiging van zijn alimentatieverplichting na 15 jaar, maar beide instanties wezen dit af.
Het hof stelde vast dat de overgangsregeling van de Wet limitering alimentatie na scheiding (WLA) van toepassing is, maar kon het verzoek niet honoreren omdat de man zijn financiële situatie niet met verificatoire bescheiden had aangetoond. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of beëindiging redelijk was voor de vrouw. Ook het subsidiaire verzoek om het niet-wijzigingsbeding buiten toepassing te laten en de alimentatie te verminderen werd afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing.
De Hoge Raad bevestigt dat voor alimentatieverplichtingen die zijn overeengekomen vóór 1 juli 1994 de overgangsregeling van de WLA geldt en niet de latere wettelijke bepalingen. De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af omdat het hof de juiste maatstaf heeft toegepast en het verzoek van de man terecht heeft afgewezen. Het niet-wijzigingsbeding blijft van kracht tenzij sprake is van een zeer ingrijpende wijziging van omstandigheden, wat hier niet is aangetoond.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van de partneralimentatie wordt afgewezen en het niet-wijzigingsbeding blijft van kracht.