ECLI:NL:HR:2011:BQ8100
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- C.E. Drion
- G. Snijders
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onrechtmatigheid ontslag op staande voet zonder dringende reden
In deze zaak stond centraal de vraag of het ontslag op staande voet door de werkgever gerechtvaardigd was. Eiseres werd ontslagen zonder dat er sprake was van een dringende reden. De kantonrechter en het gerechtshof Amsterdam oordeelden dat het ontslag onrechtmatig was en veroordeelden de werkgever tot doorbetaling van loon, vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro.
Eiseres stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep echter verworpen op grond van artikel 81 van Pro de Wet op de Rechterlijke Organisatie, omdat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
De Hoge Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken en veroordeelde eiseres in de kosten van het cassatiegeding. Dit arrest onderstreept het belang van een dringende reden voor ontslag op staande voet en bevestigt de bescherming van werknemers tegen onrechtmatig ontslag.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het ontslag op staande voet zonder dringende reden blijft onrechtmatig met verplichting tot doorbetaling van loon.