ECLI:NL:HR:2011:BQ8104

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00709
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 2:248 lid 7 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid feitelijk beleidsbepaler in faillissement

In deze zaak stond de aansprakelijkheid van Atlanco Rimec Group als feitelijk beleidsbepaler in het faillissement van Rimec Uitzendbureau B.V. centraal. De curator had Atlanco Rimec Group aansprakelijk gesteld op grond van artikel 2:248 lid 7 BW Pro. Het geschil werd in eerste aanleg en hoger beroep behandeld door de rechtbank en het gerechtshof te Arnhem.

Het gerechtshof had de aansprakelijkheid van Atlanco Rimec Group bevestigd. Tegen dit arrest stelde Atlanco Rimec Group beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De curator verzocht tot verwerping van het cassatieberoep. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd verworpen en Atlanco Rimec Group werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Atlanco Rimec Group wordt verworpen en zij wordt aansprakelijk gehouden als feitelijk beleidsbepaler.

Uitspraak

2 september 2011
Eerste Kamer
10/00709
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
ATLANCO RIMEC GROUP LTD.,
gevestigd te Dublin, Ierland,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. F.L. Oudshoorn,
t e g e n
Honoré VAN SCHUPPEN in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Rimec Uitzendburau B.V.,
kantoorhoudende te Amsterdam,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Atlanco Rimec Group en de curator.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 142761/HA ZA 06-1197 van de rechtbank Arnhem van 11 oktober 2006, 7 februari 2007 en 20 februari 2008;
b. het arrest in de zaak 200.008.158 van het gerechtshof te Arnhem van 10 november 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Atlanco Rimec Group beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de curator mede door mr. L.B. de Graaf, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Atlanco Rimec Group in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 385,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 2 september 2011.