ECLI:NL:HR:2011:BQ8629
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.F. Groos
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende bewijs ernstige reden vermoeden wederrechtelijk verblijf
In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte, die woonruimte verhuurde aan betrokkene, ernstige redenen had te vermoeden dat het verblijf van betrokkene in Nederland wederrechtelijk was. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte uit winstbejag behulpzaam was geweest bij het verschaffen van toegang tot of verblijf in Nederland terwijl hij ernstige redenen had te vermoeden dat het verblijf wederrechtelijk was.
De bewezenverklaring steunde op verklaringen van verdachte en betrokkene, en op politieprocessen-verbaal waaronder een controle waarbij betrokkene werd aangetroffen en bleek dat hij onrechtmatig verbleef. Verdachte had verklaard dat betrokkene in een asielprocedure zat en dat hij de fout beging door hem woonruimte te verhuren.
De Hoge Raad oordeelde dat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer volgt dat verdachte ernstige redenen had te vermoeden dat het verblijf van betrokkene wederrechtelijk was. De bewezenverklaring was daarom niet naar de eis der wet met redenen omkleed en het arrest van het hof werd vernietigd. De zaak werd terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing.
De Hoge Raad wees erop dat de middelen tegen het arrest niet tot cassatie konden leiden behalve het middel dat klaagde over het ontbreken van voldoende bewijs voor het vermoeden van wederrechtelijk verblijf. Dit middel werd gegrond verklaard, waarna het arrest werd vernietigd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.