ECLI:NL:HR:2011:BQ8782

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04438
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 1:251a BWArt. 1:253n BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezamenlijk gezag in familierechtelijke procedure

In deze zaak stond het verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag over het kind centraal. De vader had tegen de beschikking van het gerechtshof Arnhem beroep in cassatie ingesteld. De moeder verzocht het beroep te verwerpen of niet-ontvankelijk te verklaren.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de vader verworpen. De aangevoerde klachten konden niet leiden tot cassatie en behoefden geen nadere motivering, aangezien zij niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten.

De uitspraak bevestigt de toepassing van de artikelen 1:251a en 1:253n BW in het familierecht betreffende het gezamenlijk gezag. De Hoge Raad handhaafde hiermee het oordeel van het gerechtshof en de rechtbank Arnhem, waarmee het gezamenlijk gezag werd beëindigd.

De beschikking werd gegeven door de raadsheren Bakels, Asser en Drion en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Schendel op 30 september 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en het gezamenlijk gezag blijft beëindigd.

Uitspraak

30 september 2011
Eerste Kamer
10/04438
DV/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. H.H.M. Meijroos,
t e g e n
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 186623/FA RK 09-11629 van de rechtbank Arnhem van 16 oktober 2009;
b. de beschikking in de zaak 200.052.497 van het gerechtshof te Arnhem van 31 juli 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen, dan wel niet-ontvankelijk te verklaren.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 30 september 2011.