ECLI:NL:HR:2011:BQ8879

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/00416
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitleg bankgarantie en verwerpt cassatieberoep Straet Holding

In deze zaak stond de uitleg van een bankgarantie centraal tussen Straet Holding B.V. en Deutsche Hypothekenbank Aktiengesellschaft (DHB). Straet had beroep in cassatie ingesteld tegen de arresten van het gerechtshof Amsterdam, die de uitleg van de bankgarantie hadden bevestigd.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Amsterdam en arresten van het hof Amsterdam, die aan het arrest zijn gehecht. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad volgt dit advies en verwerpt het beroep van Straet zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Straet wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op €5.965,34 aan verschotten en €2.200,- aan salaris. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Oven op 16 september 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Straet Holding wordt verworpen en de eerdere uitspraken bevestigd.

Uitspraak

16 september 2011
11/00416
Eerste Kamer
DV/RA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
STRAET HOLDING B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
de vennootschap naar Duits recht DEUTSCHE HYPOTHEKENBANK AKTIENGESELLSCHAFT,
gevestigd te Hannover, Duitsland,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. G. Snijders, thans mr. J.W.H. van Wijk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Straet en DHB.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 336200/HA ZA 06-549 van de rechtbank Amsterdam van 19 april 2006 en 18 juli 2007;
b. de arresten in de zaak 200.000.158/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 22 september 2009 en 2 november 2010.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft Straet beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
DHB heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor Straet toegelicht door haar advocaat en voor DHB door mr. G. Snijders voornoemd en mr. L.C.W.M. van Kessel, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Straet in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van DHB begroot op € 5.965,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 16 september 2011.