ECLI:NL:HR:2011:BQ8880
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie tegen arrest Gerechtshof Arnhem
Op 13 september 2011 heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld dat door verdachte was ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 9 april 2010. De advocaat van verdachte heeft een middel van cassatie voorgesteld, waarop de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering geen nadere motivering noodzakelijk is, omdat het middel niet leidt tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom wordt het beroep verworpen en blijft het arrest van het Gerechtshof in stand. De uitspraak is gedaan door de vice-president van de Hoge Raad, A.J.A. van Dorst, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Arnhem blijft in stand.