ECLI:NL:HR:2011:BQ9046
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.F. Groos
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vonnis Hoge Raad over bewijswaardering in cocaïnehandelzaak
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor meervoudige verkoop van cocaïne in Rotterdam in september 2008. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte in vereniging met anderen cocaïne heeft verkocht, gebaseerd op verklaringen, politieprocessen-verbaal, live afgeluisterde telefoongesprekken en forensisch onderzoek.
Verdachte stelde in cassatie dat de verklaring van een getuige, [betrokkene 1], niet als bewijs mocht dienen omdat de verdediging deze getuige niet had kunnen ondervragen en de verklaring onvoldoende werd bevestigd door ander bewijs. De Hoge Raad oordeelde echter dat de verklaring voldoende steun vond in het overige bewijsmateriaal, waaronder tapgesprekken, getuigenverklaringen en inbeslaggenomen cocaïne.
De Hoge Raad verwierp het middel en bevestigde daarmee het arrest van het hof. De zaak werd terugverwezen voor hernieuwde berechting, maar de kern van het bewijs en de bewezenverklaring bleven intact. Het arrest werd gewezen door vice-president Koster en raadsheren Groos en Sterk op 27 september 2011.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het hofarrest dat verdachte schuldig is aan meervoudige cocaïnehandel.