ECLI:NL:HR:2011:BR0448
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt mensenhandel met uitbuitingssituatie en schadevergoedingsmaatregel
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor mensenhandel op grond van artikel 273f (oud) Sr. Het hof stelde vast dat verdachte het leven van het slachtoffer, een verstandelijk beperkte jongere, volledig domineerde en misbruik maakte van diens kwetsbaarheid. Het slachtoffer werd gedwongen tot diverse werkzaamheden zonder reële vergoeding, kreeg lijfstraffen bij fouten en ondervond ernstige psychische en lichamelijke gevolgen.
De verdediging voerde aan dat er geen sprake was van een strafbare uitbuitingssituatie, onder meer vanwege de aard van de werkzaamheden en de vermeende vriendschappelijke relatie. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht de uitbuitingssituatie heeft vastgesteld, waarbij het oordeel niet onjuist of onvoldoende gemotiveerd was, ook niet gezien de aangevoerde contra-indicaties.
Verder stelde de Hoge Raad vast dat het oogmerk van uitbuiting geen bestanddeel is van het delict en daarom niet bewezen hoeft te worden. Ten slotte handhaafde de Hoge Raad de door het hof ambtshalve opgelegde schadevergoedingsmaatregel van €500 als voorschot op immateriële schade, gelet op het psychisch leed dat het slachtoffer heeft geleden. Het beroep van verdachte werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor mensenhandel wegens uitbuiting en handhaaft een schadevergoedingsmaatregel van €500.