Conclusie
Kamerstukken II 2003/04, 29 291, nr. 3, p. 13 en Kamerstukken II 2003/04, 29 291, nr. 7, p. 6) en om artikel 250a (oud) Sr in die bepaling te incorporeren, en voorts het nieuwe artikel te plaatsen in de titel betreffende misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid. Door een latere vernummering betreft dit thans artikel 273f Sr. Bij de genoemde gelegenheid heeft de wetgever mensenhandel in de memorie van toelichting als volgt omschreven (
Kamerstukken II 2003/04, 29 291, nr. 3, p.2):
Kamerstukken II, 2003/04, 29 291, nr. 3)
ein Kind (§ 176 Abs. 1)eine Person unter achtzehn Jahrenist,
wenigstens leichtfertigin die Gefahr des Todes bringt oder
ILa traite des êtres humains est le fait, en échange d'une rémunération ou de tout autre avantage
ou avec l’emploi de menaces, de contraintes, de violences ou de manœuvres dolosives visant l’intéressé, sa famille ou une personne en relation habituelle avec lui, ou par abus d’autorité ou d’une situation de vulnérabilité,ou d'une promesse de rémunération ou d'avantage, de recruter une personne, de la transporter, de la transférer, de l'héberger ou de l'accueillir, pour la mettre à sa disposition ou à la disposition d'un tiers, même non identifié, afin soit de permettre la commission contre cette personne des infractions de proxénétisme, d'agression ou d'atteintes sexuelles,
de soumission à du travail ou des services forcés, à de l’esclavage, d’obtention de l’un de ses organes,d'exploitation de la mendicité, de conditions de travail ou d'hébergement contraires à sa dignité, soit de contraindre cette personne à commettre tout crime ou délit.
of een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid, duidelijk was of de dader bekend was, [85] rechtstreeks of via een tussenpersoon, aantrekt of gebruikt om, op één van de in artikel 66 bepaalde Pro wijzen, een misdaad of een wanbedrijf te plegen, gestraft met de straffen bepaald voor die misdaad of dat wanbedrijf, waarvan het minimum van de vrijheidsstraf verhoogd wordt met één maand ingeval het maximum van de bepaalde gevangenisstraf één jaar is, met twee maanden wanneer het maximum twee jaar is, met drie maanden wanneer het maximum drie jaar is, met vijf maanden wanneer het maximum vijf jaar is en met twee jaar in het geval van tijdelijke opsluiting, en waarvan, in voorkomend geval, het minimum van de geldboete verdubbeld wordt.
bijzonderkwetsbare
positietoestandwaarin een persoon verkeert ten gevolge van zijn onwettige of precaire administratieve toestand, zijn precaire sociale toestand,
of ten gevolge vanzijn leeftijd, zwangerschap,
eenziekte dan wel een lichamelijk of
eengeestelijk gebrek of onvolwaardigheid, zodanig dat de betrokken persoon in feite geen andere echte en aanvaardbare keuze heeft dan zich te laten misbruiken;