ECLI:NL:HR:2011:BR2082

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03506 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 94 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling teruggave inbeslaggenomen auto bij gebrek aan rechthebbende

In deze zaak verzocht de klager om de overdracht van een inbeslaggenomen auto aan hem te gelasten. De rechtbank stelde vast dat hoewel de auto op naam van klager stond en hij de belastingen en verzekeringen betaalde, hij de koopsom niet volledig had voldaan en de auto nog niet geleverd of geaccepteerd had vanwege schade door een aanrijding. Hierdoor was de auto ten tijde van de inbeslagname nog geen juridisch eigendom van klager.

Daarnaast bleek uit het strafdossier en de verklaringen van klager dat een derde, betrokkene 1, de feitelijke beschikkingsmacht over de auto uitoefende. De rechtbank concludeerde daarom dat klager niet als rechthebbende kon worden aangemerkt en wees het verzoek tot overdracht af.

In cassatie klaagde klager dat de rechtbank niet had onderzocht of het belang van strafvordering zich tegen teruggave verzette. De Hoge Raad herhaalde echter de vaste jurisprudentie dat als de verzoeker niet als rechthebbende kan worden aangemerkt, het verzoek om teruggave ook zonder nadere toetsing van het belang van strafvordering moet worden afgewezen. Het beroep werd verworpen.

Uitkomst: Het verzoek om teruggave van de inbeslaggenomen auto wordt afgewezen omdat klager niet als rechthebbende kan worden aangemerkt.

Uitspraak

20 december 2011
Strafkamer
nr. 10/03506 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Roermond van 26 januari 2010, nummer RK 09/965, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. Z.M. Alaca, advocaat te Eindhoven, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt onder meer dat de Rechtbank heeft nagelaten te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert.
2.2. De bestreden beschikking houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, in:
"Klager heeft verzocht de overdracht van de auto aan hem te gelasten. Een overdracht van een ingevolge artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering inbeslaggenomen voorwerp kan behoudens aan degene bij wie het voorwerp inbeslaggenomen is, enkel geschieden aan een persoon die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt. Derhalve dient de rechtbank allereerst de vraag te beantwoorden of klager in deze redelijkerwijs als rechthebbende op de auto aangemerkt dient te worden.
De auto staat op naam van klager en klager betaalt de belastingen en verzekeringen voor deze auto. Dit levert echter niet het bewijs dat klager ook daadwerkelijk eigenaar van de auto is. In deze heeft klager aangegeven dat hij de overeengekomen koopsom nog niet geheel betaald heeft en dat hij de auto nog niet geleverd gekregen had en ook niet geaccepteerd had in verband met de schade aan de auto opgelopen bij een aanrijding op 4 oktober 2008. Nu de koopsom niet volledig voldaan is en er geen levering en acceptatie van de auto heeft plaatsgevonden, was de auto ten tijde van de inbeslagname nog geen (juridisch) eigendom van klager. Daarnaast acht de rechtbank ook van belang wie in deze de feitelijke beschikkingsmacht over de auto uitoefende ten tijde van en in de periode vòòr de inbeslagname. Uit de in dit geding gebrachte delen van het strafdossier met betrekking tot [betrokkene 1] blijkt dat deze de beschikkingsmacht had over de auto. Klager heeft dit ook bevestigd door aan te geven dat de auto nog door [betrokkene 1] gebruikt zou worden tot de schade van de aanrijding verholpen was. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat in het onderhavige geval klager niet aangemerkt kan worden als redelijkerwijs rechthebbende op de auto. De rechtbank zal dan ook op grond van dit oordeel niet de verzochte overdracht van de auto aan klager gelasten.
Op grond van de voorgaande overwegingen wordt als volgt beslist.
De rechtbank
verklaart het klaagschrift van [klager] ongegrond."
2.3. De klacht berust op de opvatting dat in een geval als het onderhavige - waarin een derde op de voet van art. 552a Sv teruggave verzoekt van een onder de verdachte inbeslaggenomen voorwerp - de rechter eerst dient vast te stellen of het belang van strafvordering zich tegen teruggave verzet. Die opvatting is onjuist. Indien degenen die in een art. 552a Sv-procedure om teruggave hebben verzocht niet redelijkerwijs als rechthebbenden kunnen worden aangemerkt, dient de rechter - ook als het belang van strafvordering zich niet meer tegen teruggave verzet - hun verzoeken om teruggave af te wijzen (vgl. HR 6 september 2011, LJN BQ8028), zodat de rechter ook zonder nader onderzoek naar het belang van strafvordering het verzoek om die reden mag afwijzen. Het middel faalt.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheer W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 december 2011.