ECLI:NL:HR:2011:BR2222
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad corrigeert hof bij aftrek voorarrest volgens art. 27 Sr
In deze cassatieprocedure heeft de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 19 februari 2010 beoordeeld. De verdachte was op 4 december 2007 in verzekering gesteld en vervolgens in voorlopige hechtenis genomen, welke hechtenis op 12 december 2007 werd geschorst. Het hof had nagelaten om de duur van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis in mindering te brengen op de opgelegde gevangenisstraf, zoals vereist volgens art. 27, eerste lid, Sr.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest voor zover het hof deze aftrek niet had toegepast en tot verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad volgde deze conclusie en vernietigde het arrest uitsluitend voor dat onderdeel. Vervolgens bepaalde de Hoge Raad dat de tijd die de verdachte in voorarrest had doorgebracht in mindering moest worden gebracht op de straf van achttien maanden waarvan twaalf maanden voorwaardelijk.
De overige middelen van cassatie werden verworpen omdat zij geen aanleiding gaven tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad heeft hiermee het hof gecorrigeerd en de juiste toepassing van art. 27 Sr Pro afgedwongen, waarmee de verdachte recht wordt gedaan op aftrek van voorarrest.
Uitkomst: De Hoge Raad beveelt aftrek van de tijd in voorarrest op de opgelegde gevangenisstraf.