ECLI:NL:HR:2011:BR2840
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Verwerping van het cassatieberoep tegen arrest Gerechtshof Amsterdam
Deze zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 17 december 2009. De verdachte, vertegenwoordigd door advocaat mr. N.H. Fridsma, heeft middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering vereist, aangezien de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en M.A. Loth, en uitgesproken op 11 oktober 2011. Het cassatieberoep is verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.