ECLI:NL:HR:2011:BR2998
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep verdachte inzake Salduz-verweer
Op 1 november 2011 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep behandeld van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 6 november 2009. De verdachte, vertegenwoordigd door mr. G.J.P.M. Mooren, stelde een middel van cassatie voor dat betrekking had op het Salduz-verweer.
De Advocaat-Generaal Vellinga concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat, gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering, geen nadere motivering noodzakelijk is omdat het middel geen rechtsvragen oproept die relevant zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.F. Groos, in aanwezigheid van de waarnemend griffier J.D.M. Hart. Het beroep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.