ECLI:NL:HR:2011:BR3000
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende bewijs medeplegen diefstal kluis
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd verdacht van medeplegen van diefstal van een kluis uit een bedrijfspand in Tilburg in september 2001. De bewezenverklaring omvatte dat verdachte samen met anderen de diefstal had gepleegd door braak.
Het bewijs bestond uit verklaringen van getuigen, politieprocessen-verbaal, forensisch onderzoek met DNA-sporen en dactyloscopisch materiaal, en rapporten van het Nederlands Forensisch Instituut. De DNA-profielen van verdachte kwamen overeen met sporen die op de plaats delict waren gevonden.
De Hoge Raad oordeelde echter dat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer kan worden afgeleid dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen de diefstal heeft gepleegd. De motivering van het hof ontbrak om dit aspect van medeplegen te onderbouwen. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het medeplegen betreft en de strafoplegging, en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.
Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 1 november 2011.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor het onderdeel medeplegen en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.