ECLI:NL:HR:2011:BR3036

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03669 J
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling cassatieberoep jeugdige verdachte met overschrijding redelijke termijn

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep behandeld van een jeugdige verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden. Het beroep werd ingesteld door de verdachte en betrof een strafzaak waarin het jeugdrecht van toepassing was. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM was overschreden, aangezien meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de opgelegde straf, een werkstraf van twintig uren subsidiair tien dagen jeugddetentie, en de mate van overschrijding, zag de Hoge Raad geen aanleiding om aan deze overschrijding rechtsgevolgen te verbinden.

Het middel van cassatie werd inhoudelijk niet behandeld omdat het geen aanleiding gaf tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de jeugdige verdachte wordt verworpen ondanks overschrijding van de redelijke termijn zonder rechtsgevolgen.

Uitspraak

25 oktober 2011
Strafkamer
nr. 10/03669 J
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 22 april 2010, nummer 24/002318-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.T. van Daatselaar, advocaat te Hoogeveen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
Op de verdachte is het strafrecht voor jeugdigen toegepast. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde werkstraf van twintig uren, subsidiair tien dagen jeugddetentie, en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat
oordeel volstaan.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 25 oktober 2011.