ECLI:NL:HR:2011:BR3059
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- G. Snijders
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over auteursrecht, merkenrecht en oneerlijke mededinging bij zaklampvormen
Deze zaak betreft een geschil tussen MAG Instrument Incorporated en Edco Eindhoven B.V. en P.P. Impex B.V. over auteursrecht, merkenrecht en oneerlijke mededinging met betrekking tot de vormgeving van zaklampen. MAG stelt dat Edco inbreuk maakt op haar auteursrechten en merkrechten en zich schuldig maakt aan slaafse nabootsing.
De rechtbank wees de vorderingen grotendeels toe, maar het hof vernietigde dit vonnis en wees de vorderingen af. De Hoge Raad behandelt in cassatie drie hoofdpunten: de auteursrechtelijke bescherming van de zaklampvormen, de merkrechten op de vormmerken en de vraag of sprake is van oneerlijke mededinging.
De Hoge Raad oordeelt dat de bewijslast voor auteursrechtelijke bescherming in het land van oorsprong bij de partij ligt die aanspraak maakt op die bescherming en dat de rechter een materiële reciprociteitstoets moet uitvoeren. Het hof heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het bewijs van auteursrechtelijke bescherming in de Verenigde Staten ontbrak. Ten aanzien van het merkrecht oordeelt de Hoge Raad dat de vormmerken onvoldoende onderscheidend vermogen hebben. Over de oneerlijke mededinging stelt de Hoge Raad prejudiciële vragen over de uitleg van overgangsbepalingen in de Beneluxwet aan het Benelux-Gerechtshof en schorst het geding.
Uitkomst: De Hoge Raad legt prejudiciële vragen voor aan het Benelux-Gerechtshof en schorst het geding.