ECLI:NL:HR:2011:BR3060

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00376
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt dat aandelen in N.V. niet langer tot gemeenschap behoren in Antillenzaak

In deze zaak stond centraal of aandelen in een naamloze vennootschap (N.V.) nog tot de gemeenschap behoren die tussen partijen verdeeld moet worden. De zaak is een vervolg op een eerder arrest van de Hoge Raad van 27 maart 2009. De Hoge Raad verwijst naar het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 27 oktober 2009, dat aan deze beschikking is gehecht.

De eiser heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het vonnis van het hof, terwijl de verweerster verzocht het beroep te verwerpen. De Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen met toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO). De Hoge Raad volgt dit advies en wijst het beroep af.

De Hoge Raad motiveert dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. De kosten van het geding in cassatie worden gecompenseerd door iedere partij haar eigen kosten te laten dragen.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Bakels, Asser en Drion, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 7 oktober 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en partijen dragen elk hun eigen kosten.

Uitspraak

7 oktober 2011
Eerste Kamer
10/00376
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende op Curaçao,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. Groen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].
1. Het geding
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het arrest in de zaak R07/141HR, LJN BH1982 van de Hoge Raad van 27 maart 2009;
b. het vonnis in de zaak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 27 oktober 2009.
Het vonnis van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het tweede geding in cassatie
Tegen het vonnis van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 22 juli 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 7 oktober 2011.