ECLI:NL:HR:2011:BR3062

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/01236
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 12 Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980Art. 13 Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980Uitvoeringswet Kinderontvoeringsverdragen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot teruggeleiding minderjarige op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag

In deze zaak stond een verzoek tot teruggeleiding van een minderjarige centraal, ingediend door de vader op basis van artikel 12 van Pro het Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980 en de Uitvoeringswet Kinderontvoeringsverdragen. De Centrale Autoriteit trad op namens de moeder, die in Frankrijk woonachtig is.

De rechtbank 's-Gravenhage had op 27 januari 2011 een beschikking gegeven, gevolgd door een beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage op 9 maart 2011. Tegen deze beschikking stelde de vader beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwijst naar de stukken van de lagere instanties en concludeert dat de in cassatie aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

Daarom wordt het beroep van de vader verworpen. De beschikking is gegeven door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Oven op 23 september 2011.

Uitkomst: Het beroep van de vader tegen de beschikking tot teruggeleiding van de minderjarige wordt verworpen.

Uitspraak

23 september 2011
Eerste Kamer11/01236
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
DE CENTRALE AUTORITEIT,
gevestigd te 's-Gravenhage,
mede optredend namens [de moeder],
wonende te [woonplaats], Frankrijk,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de Centrale Autoriteit.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak FA RK 10-8085 van de rechtbank 's-Gravenhage van 27 januari 2011;
b. de beschikking in de zaak 200.082.059/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 9 maart 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Centrale Autoriteit heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de vader heeft op 22 juli 2011 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, W.A.M. van Schendel, F.B. Bakels en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 23 september 2011.