ECLI:NL:HR:2011:BR4537
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling discriminatie bij keuzerecht binnenlandse belastingplicht in inkomstenbelasting
Belanghebbende, woonachtig in Costa Rica, had voor het jaar 2005 gekozen voor behandeling als binnenlandse belastingplichtige in Nederland en maakte gebruik van aftrekposten zoals negatieve inkomsten uit eigen woning en persoonsgebonden aftrek. Nederland en Costa Rica hadden geen belastingverdrag of informatie-uitwisselingsregeling.
De Rechtbank en het Hof verklaarden het beroep van belanghebbende ongegrond omdat hij niet kon kiezen voor binnenlandse belastingplicht op grond van artikel 2.5 Wet IB 2001. Belanghebbende stelde in cassatie dat deze beperking discrimineert en in strijd is met internationale mensenrechtenverdragen.
De Hoge Raad overwoog dat ongelijke behandeling niet per definitie discriminatie inhoudt en dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft in fiscale regelgeving. De formele eis in artikel 2.5 Wet IB 2001 is gerechtvaardigd omdat deze de Nederlandse autoriteiten in staat stelt informatie te verifiëren via gegevensuitwisseling met woonstaatautoriteiten, wat een objectieve en redelijke rechtvaardiging vormt.
De Hoge Raad verwierp het discriminatieverweer en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting is bevestigd.