ECLI:NL:HR:2011:BR4813
Hoge Raad
- Cassatie
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep in cassatie tegen aanslag vennootschapsbelasting 2003
Aan belanghebbende is voor het jaar 2003 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd. Na bezwaar is deze aanslag gehandhaafd door de Inspecteur. De Rechtbank te Arnhem verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. Het Hof bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
Het beroepschrift in cassatie voldeed echter niet aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, van de Algemene wet bestuursrecht, omdat de gronden van het beroep ontbraken. De Hoge Raad gaf belanghebbende de mogelijkheid om dit verzuim binnen zes weken te herstellen, maar dit herstel vond niet tijdig plaats. De brief die na de termijn werd ingediend, werd buiten beschouwing gelaten.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest werd uitgesproken op 25 november 2011 door de raadsheren Bavinck, Leemreis en Overgaauw.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden in het beroepschrift.