ECLI:NL:HR:2011:BR6601
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermindering taakstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiezaak
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin een taakstraf en vervangende hechtenis waren opgelegd. De verdachte stelde een middel van cassatie voor, maar dit middel kon niet tot cassatie leiden en werd verworpen. De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft de strafoplegging en vermindering daarvan.
De Hoge Raad stelde vast dat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, waardoor de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden. Dit leidde tot een ambtshalve vermindering van de taakstraf van 180 uren naar 171 uren, respectievelijk de vervangende hechtenis van 90 dagen naar 85 dagen.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor zover het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis betroffen en verwierp het beroep voor het overige. De uitspraak werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 25 oktober 2011.
Uitkomst: De taakstraf wordt ambtshalve verminderd tot 171 uren en de vervangende hechtenis tot 85 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.