ECLI:NL:PHR:2011:BR6601
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onrechtmatig verkregen bewijs en overschrijding redelijke termijn in hennepkwekerijzaak
In deze zaak stond de vraag centraal of het bewijs verkregen bij de doorzoeking van een woning onrechtmatig was, nu verdachte niet de bewoner was van die woning maar er wel een hennepkwekerij exploiteerde. Het hof oordeelde dat de wettelijke waarborgen voor huiszoeking primair de bewoner beschermen en dat verdachte als niet-bewoner geen rechtens te respecteren belang had bij de naleving van die bepalingen. Hierdoor werd het bewijs niet uitgesloten.
Verdachte was door het Gerechtshof veroordeeld voor medeplegen van een overtreding van de Opiumwet en diefstal tot een taakstraf van 180 uur, subsidiair 90 dagen hechtenis. Het cassatiemiddel klaagde over de verwerping van het beroep op onrechtmatig verkregen bewijs, maar de Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat verdachte geen woonrecht had en dus geen belang bij de naleving van de binnentredingsregels.
Daarnaast stelde de Hoge Raad ambtshalve vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien het beroep in cassatie op 5 augustus 2009 was ingesteld en de uitspraak pas in oktober 2011 volgde. Dit leidde tot een ambtshalve strafvermindering. Voor het overige werd het beroep verworpen en bleef de veroordeling in stand.
Uitkomst: Het bewijs werd als rechtmatig beschouwd en de veroordeling bleef in stand, maar de straf werd ambtshalve verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.