ECLI:NL:HR:2011:BR7016
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verzoekt HvJ EU over btw-vrijstelling levering onbebouwd terrein na sloop met oog op nieuwbouw
Belanghebbende kocht in november 2006 een perceel waarop een bibliotheekgebouw stond, met de afspraak dat de verkoper het gebouw en de bestrating van het parkeerterrein zou slopen. De levering vond plaats nadat het gebouw was gesloopt, maar de bestrating nog niet was verwijderd. Belanghebbende wilde het perceel gebruiken voor nieuwbouw, maar had nog geen bouwvergunning.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op, die na bezwaar en beroep door rechtbank en hof werd bevestigd. Het hof oordeelde dat het perceel onbebouwd was en niet als bouwterrein in de zin van de Wet OB kon worden aangemerkt, omdat sloop geen bewerking is die bouwterrein creëert.
Belanghebbende stelde dat de levering belast was met btw en niet met overdrachtsbelasting. De Hoge Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak sloop geen bewerking is die leidt tot bouwterrein, ook niet als sloop met het oog op nieuwbouw plaatsvindt. De vraag rijst echter of deze uitleg verenigbaar is met de BTW-richtlijn 2006, die lidstaten vrijheid geeft om bouwterrein te definiëren.
De Hoge Raad legt daarom prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie EU over de uitleg van de BTW-richtlijn, met name of de levering van onbebouwd terrein ontstaan door sloop met oog op nieuwbouw vrijgesteld mag zijn van btw. Het geding wordt geschorst totdat het HvJ EU uitspraak doet.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de procedure en verzoekt het Hof van Justitie EU om prejudiciële uitspraak over de btw-vrijstelling van levering onbebouwd terrein na sloop met oog op nieuwbouw.